🌿 Groeiwijze
-
Type: Leiboom
-
Hoogte: 4 meter.
-
Breedte: 2-3 meter.
-
Vorm: Stam met aan vlakke zijtakken waaraan de bloeit en sierappels geeft. De stammen zijn wat dikker dan gemiddels
-
Blad: Donkergroen, ovaal, in de herfst geel tot oranje verkleurend.
-
Bloei:
-
April – mei.
-
Witte tot lichtroze bloemen in trossen, rijk aan nectar.
-
Tip: Voor meer bloemen en appeltjes zet een ander soort appel (malus) in de buurt
-
Vruchten:
-
Glanzend helderrood, klein appeltje (2-3 cm).
-
Blijven vaak tot in de winter aan de boom hangen dat ziet er mooi uit
-
-
Groei: Matig snel, sterke, goed vertakkende kroon.
☀️ Standplaats
-
Licht: Volle zon (voor de beste bloei en veel sierappeltjes).
-
Wind: Redelijk windbestendig.
-
Vorst: Volledig winterhard.
-
Gebruik: Solitair in tuin, in kleine tuinen, als blikvanger door bloemen en vruchten. Maar ook als afscheiding in de tuin.
🌱 Grondsoort
-
Voorkeur: Voedzame, goed doorlatende grond.
-
pH: Neutraal tot licht kalkhoudend (pH 6-7,5).
-
Vocht: Matig vochtig, niet te nat.
-
Verdraagt: Zowel klei, zand als leemgrond.
-
Niet geschikt: Natte, slecht gedraineerde grond.
✂️ Snoeitips
-
Wanneer snoeien:
-
Winter (jan – feb) bij droog weer zonder vorst in de week erna
-
-
Hoe snoeien:
-
Alleen de takken die rechtop gaan eraf halen als het te veel wordt. dit zijn de takken waar komend seizoen de appeltjes aan komen
-
-
Let op: Te veel snoeien vermindert de bloei en vruchtvorming.
🐝 Vogels en insecten
-
Bloemen:
-
Zeer aantrekkelijk voor bijen, hommels en vlinders door de rijke nectarproductie.
-
Goede voorjaarsdrachtplant voor insecten.
-
-
Vruchten:
-
Vogels (zoals merels, lijsters en spreeuwen) eten graag de kleine appeltjes in de late herfst en winter.
-
Vruchten blijven lang hangen → wintervoedselbron.
-
-
Ecologische waarde:
-
Vogels: Hoog (voedselbron + schuilplaats).
-
Insecten: Hoog (bloesem).
-